Naar de inhoud

verweken

geleidelijk zachter worden

verweken

werkwoord

Betekenis

  1. geleidelijk zachter worden
  2. zachter maken
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van verweken

verwekenhele werkwoord — verweekteverleden tijd enkelvoud — verweektenverleden tijd meervoud — verweektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verweek verweekte
jij verweekt verweekte
hij, zij, het verweekt verweekte
wij verweken verweekten
jullie verweken verweekten
zij verweken verweekten
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verweekt impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was verweekt impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd verweekt impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt verweekt impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verweekt worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verweekt zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou verweekt worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou verweekt zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben verweekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn verweekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verweken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verweken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verweek gebiedende wijs
verweekt verleden tijd, deelwoord
verweekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verweekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verweekt te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verweekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verweekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verweekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verweekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verweekt zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verweekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verweekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verweekte verleden tijd
verweke aanvoegende wijs
verwekend onvoltooid, deelwoord
waart verweekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verweekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verweekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verweekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verweekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verweekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verweekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verweekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verweekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verweekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verweekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verweekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verweken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verweken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verweekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verweekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verweken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van weken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verweken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verweek gebiedende wijs verweken
verweekt voltooid deelwoord verweken
verweekte verleden tijd verweken
verweekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verweken
verweke aanvoegende wijs verweken
verwekend onvoltooid deelwoord verweken
verwekende woordvorm verweken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verweken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verweken

Wat betekent verweken?
Verweken is een werkwoord. Het woord betekent: geleidelijk zachter worden. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verweken?
Je vervoegt verweken als volgt: de tegenwoordige tijd is verweek, de verleden tijd is verweekte en het voltooid deelwoord is verweekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verweken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verweken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verweken in het kort

verweken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verweken zijn 62 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verweken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verweken: geleidelijk zachter worden
Deel verweken — standaardnederlands.nl