verwaarlozen
werkwoord vərˈwarlozə(n)Betekenis
- iets niet de benodigde verzorging schenken
- een grootheid buiten beschouwing stellen omdat deze waarschijnlijk kleiner dan de meetfout is
- zich niet verzorgen
Hoe spreek je verwaarlozen uit?
/vərˈwarlozən/
Verwaarlozen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| a | maan |
| l | land |
| o | boot |
| z | zon |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verwaarlozen
verwaarlozenhele werkwoord — verwaarloosdeverleden tijd enkelvoud — verwaarloosdenverleden tijd meervoud — verwaarloosdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwaarloos | verwaarloosde |
| jij | verwaarloost | verwaarloosde |
| hij, zij, het | verwaarloost | verwaarloosde |
| wij | verwaarlozen | verwaarloosden |
| jullie | verwaarlozen | verwaarloosden |
| zij | verwaarlozen | verwaarloosden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwaarloosd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwaarloosd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwaarloosd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwaarloosd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwaarloosd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwaarloosd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwaarloosd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwaarloosd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwaarloosd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwaarloosd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwaarlozen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwaarlozen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaarloos | gebiedende wijs |
| verwaarloos me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwaarloos u/je , verwaarloost je | gebiedende wijs |
| verwaarloosd | verleden tijd, deelwoord |
| verwaarloosd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwaarloosd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwaarloosd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaarloosd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaarloosd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaarloosd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwaarloosd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwaarloosd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaarloosd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaarloosd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaarloosde | verleden tijd |
| verwaarloosde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwaarloosde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwaarloosde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verwaarloosde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwaarloosde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwaarloosde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verwaarloosde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwaarloosden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwaarloosden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwaarloosden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwaarloost je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwaarloost u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwaarloost u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwaarloost zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwaarloost zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwaarloost zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwaarloze | aanvoegende wijs |
| verwaarloze zich | aanvoegende wijs |
| verwaarlozen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwaarlozen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwaarlozen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwaarlozend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwaarloosd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwaarloosd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verwaarlozen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verwaarloosd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaarloosd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwaarloosd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwaarloosd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaarloosd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verwaarlozen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verwaarlozen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verwaarloosd hebben | verleden tijd |
| zich verwaarlozend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwaarloosd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwaarloosd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaarloosd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaarloosd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaarlozen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verwaarlozen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verwaarlozen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verwaarloosd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwaarloosd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘veronachtzamen’ voor het eerst aangetroffen in 1532
Woordfamilie van verwaarlozen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwaarloos | gebiedende wijs | verwaarlozen |
| verwaarloosd | voltooid deelwoord | verwaarlozen |
| verwaarloosde | verleden tijd | verwaarlozen |
| verwaarloosden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwaarlozen |
| verwaarloost | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwaarlozen |
| verwaarloze | aanvoegende wijs | verwaarlozen |
| verwaarlozend | onvoltooid deelwoord | verwaarlozen |
| verwaarlozende | woordvorm | verwaarlozen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwaarlozen zijn vastgelegd.