verwaaien
werkwoordBetekenis
- door de wind meegenomen worden
- door de wind in de war gebracht worden
Vervoeging van verwaaien
verwaaienhele werkwoord — verwaaideverleden tijd enkelvoud — verwaaidenverleden tijd meervoud — verwaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwaai | verwaaide |
| jij | verwaait | verwaaide |
| hij, zij, het | verwaait | verwaaide |
| wij | verwaaien | verwaaiden |
| jullie | verwaaien | verwaaiden |
| zij | verwaaien | verwaaiden |
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verwaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaai | gebiedende wijs |
| verwaaid | verleden tijd, deelwoord |
| verwaaid te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwaaid zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwaaide | verleden tijd |
| verwaaie | aanvoegende wijs |
| verwaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| verwoei | verleden tijd |
| waart verwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verwaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verwaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van waaien met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwaai | gebiedende wijs | verwaaien |
| verwaaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwaaien |
| verwaaie | aanvoegende wijs | verwaaien |
| verwaaiend | onvoltooid deelwoord | verwaaien |
| verwaaiende | woordvorm | verwaaien |
| verwaait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwaaien |
| verwoei | verleden tijd | verwaaien |
| verwoeien | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwaaien zijn vastgelegd.