verversen
werkwoordBetekenis
- aanvullen met nieuwe, verse spullen
- verbruikte, opgebruikte dingen vervangen door nieuwe, ongebruikte
Vervoeging van verversen
verversenhele werkwoord — verversteverleden tijd enkelvoud — ververstenverleden tijd meervoud — ververstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ververs | ververste |
| jij | ververst | ververste |
| hij, zij, het | ververst | ververste |
| wij | verversen | verversten |
| jullie | verversen | verversten |
| zij | verversen | verversten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ververst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ververst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ververst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ververst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ververst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ververst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ververst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ververst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ververst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ververst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ververst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ververst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ververst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ververst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verversen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verversen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ververs | gebiedende wijs |
| ververse | aanvoegende wijs |
| verversend | onvoltooid, deelwoord |
| ververst | verleden tijd, deelwoord |
| ververst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ververst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ververst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ververst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ververst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ververst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ververst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ververst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ververst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ververst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ververste | verleden tijd |
| waart ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ververst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ververst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ververst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ververst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ververst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ververst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ververst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ververst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verversen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ververst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ververst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verversen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verversen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ververst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ververst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ververst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van vers met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verversen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ververse | aanvoegende wijs | verversen |
| verversend | onvoltooid deelwoord | verversen |
| verversende | woordvorm | verversen |
| ververst | voltooid deelwoord | verversen |
| ververste | verleden tijd | verversen |
| verversten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verversen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verversen zijn vastgelegd.