vertwijfelen
werkwoordBetekenis
- wanhopig makende twijfel hebben, wanhopen
Vervoeging van vertwijfelen
vertwijfelenhele werkwoord — vertwijfeldeverleden tijd enkelvoud — vertwijfeldenverleden tijd meervoud — vertwijfeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vertwijfel | vertwijfelde |
| jij | vertwijfelt | vertwijfelde |
| hij, zij, het | vertwijfelt | vertwijfelde |
| wij | vertwijfelen | vertwijfelden |
| jullie | vertwijfelen | vertwijfelden |
| zij | vertwijfelen | vertwijfelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vertwijfeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertwijfeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertwijfeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vertwijfeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vertwijfelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vertwijfelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertwijfel | gebiedende wijs |
| vertwijfeld | verleden tijd, deelwoord |
| vertwijfeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertwijfeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertwijfelde | verleden tijd |
| vertwijfele | aanvoegende wijs |
| vertwijfelend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vertwijfeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertwijfelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vertwijfeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertwijfelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van twijfelen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vertwijfelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertwijfel | gebiedende wijs | vertwijfelen |
| vertwijfelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vertwijfelen |
| vertwijfele | aanvoegende wijs | vertwijfelen |
| vertwijfelend | onvoltooid deelwoord | vertwijfelen |
| vertwijfelende | woordvorm | vertwijfelen |
| vertwijfelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vertwijfelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertwijfelen zijn vastgelegd.