Naar de inhoud

vertolken

vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal

vertolken

werkwoord

Betekenis

  1. vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal
  2. schrift of gebaar:
  3. De woorden van de spreker werden vertolkt in gebarentaal.
  4. Daarmee vertolkte hij de onvrede die leefde onder de kustbewoners.
  5. toneelstuk, opera of de choreografie van een ballet, in het theater tot uitvoering brengen
  6. Zij vertolkte Tosca als geen ander.
  7. het aanpassen van oorspronkelijk materiaal aan een andere tijd of smaak
  8. De moderne wijze van vertolken van oude muziek vind ik maar niets. Veel te snel!

Vervoeging van vertolken

vertolkenhele werkwoord — vertolkteverleden tijd enkelvoud — vertolktenverleden tijd meervoud — vertolktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertolk vertolkte
jij vertolkt vertolkte
hij, zij, het vertolkt vertolkte
wij vertolken vertolkten
jullie vertolken vertolkten
zij vertolken vertolkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had vertolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vertolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vertolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vertolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vertolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vertolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vertolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vertolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vertolken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vertolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertolk gebiedende wijs
vertolke aanvoegende wijs
vertolkend onvoltooid, deelwoord
vertolkt verleden tijd, deelwoord
vertolkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertolkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertolkte verleden tijd
zal vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vertolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vertolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vertolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vertolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vertolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van tolk met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vertolken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vertolk gebiedende wijs vertolken
vertolke aanvoegende wijs vertolken
vertolkend onvoltooid deelwoord vertolken
vertolkende woordvorm vertolken
vertolkt voltooid deelwoord vertolken
vertolkte verleden tijd vertolken
vertolkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vertolken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertolken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vertolken

Wat is de betekenis van vertolken?
Vertolken is een werkwoord. De betekenis is: vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vertolken?
Zo vervoeg je vertolken zo: de tegenwoordige tijd is vertolk, de verleden tijd is vertolkte en het voltooid deelwoord is vertolkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vertolken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vertolken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vertolken in het kort

vertolken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vertolken staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vertolken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vertolken: vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal
Deel vertolken — standaardnederlands.nl