vertoeven
werkwoord /vər'tuvə/Betekenis
- zich ophouden, ergens verblijven
Hoe spreek je vertoeven uit?
/vərˈtuvə/
Vertoeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vertoeven
vertoevenhele werkwoord — vertoefdeverleden tijd enkelvoud — vertoefdenverleden tijd meervoud — vertoefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vertoef | vertoefde |
| jij | vertoeft | vertoefde |
| hij, zij, het | vertoeft | vertoefde |
| wij | vertoeven | vertoefden |
| jullie | vertoeven | vertoefden |
| zij | vertoeven | vertoefden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vertoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vertoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vertoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vertoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vertoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vertoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vertoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertoefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vertoefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vertoeven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vertoeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertoef | gebiedende wijs |
| vertoefd | verleden tijd, deelwoord |
| vertoefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertoefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertoefde | verleden tijd |
| vertoeve | aanvoegende wijs |
| vertoevend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vertoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertoeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vertoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van toeven met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vertoeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertoef | gebiedende wijs | vertoeven |
| vertoefd | voltooid deelwoord | vertoeven |
| vertoefde | verleden tijd | vertoeven |
| vertoefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vertoeven |
| vertoeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vertoeven |
| vertoeve | aanvoegende wijs | vertoeven |
| vertoevend | onvoltooid deelwoord | vertoeven |
| vertoevende | woordvorm | vertoeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertoeven zijn vastgelegd.