vertasten
werkwoordBetekenis
- door voelen iets onderzoeken
- misgrijpen, mistasten
- zich vertasten aan: zich te buiten gaan aan spijs en drank
- zich vertasten aan: zich vergissen
Vervoeging van vertasten
vertastenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van vertassen
Vervoeging van vertasten
vertastenhele werkwoord — vertastteverleden tijd enkelvoud — vertasttenverleden tijd meervoud — vertastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vertast | vertastte |
| jij | vertast | vertastte |
| hij, zij, het | vertast | vertastte |
| wij | vertasten | vertastten |
| jullie | vertasten | vertastten |
| zij | vertasten | vertastten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vertast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vertast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vertast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vertast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vertast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vertast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vertast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vertast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vertasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vertasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertast | gebiedende wijs |
| vertast | verleden tijd, deelwoord |
| vertast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertaste | aanvoegende wijs |
| vertastend | onvoltooid, deelwoord |
| vertastte | verleden tijd |
| zal vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vertast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vertast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van tasten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vertasten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertastend | onvoltooid deelwoord | vertasten |
| vertastende | woordvorm | vertasten |
| vertastte | verleden tijd | vertasten |
| vertastten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vertasten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertasten zijn vastgelegd.