Naar de inhoud

verstommen

sprakeloos worden

verstommen

werkwoord

Betekenis

  1. sprakeloos worden

Vervoeging van verstommen

verstommenhele werkwoord — verstomdeverleden tijd enkelvoud — verstomdenverleden tijd meervoud — verstomdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verstom verstomde
jij verstomt verstomde
hij, zij, het verstomt verstomde
wij verstommen verstomden
jullie verstommen verstomden
zij verstommen verstomden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verstommen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verstomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verstommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstom gebiedende wijs
verstomd verleden tijd, deelwoord
verstomd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstomd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstomde verleden tijd
verstomme aanvoegende wijs
verstommend onvoltooid, deelwoord
waart verstomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verstomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verstomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verstomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verstomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verstomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verstomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verstomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verstommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verstommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verstomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verstommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stom met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verstommen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verstom gebiedende wijs verstommen
verstomd voltooid deelwoord verstommen
verstomde verleden tijd verstommen
verstomden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verstommen
verstomme aanvoegende wijs verstommen
verstommend onvoltooid deelwoord verstommen
verstommende woordvorm verstommen
verstomt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verstommen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verstommen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verstommen

Wat betekent verstommen?
Verstommen is een werkwoord. Het woord betekent: sprakeloos worden.
Hoe vervoeg je verstommen?
Je vervoegt verstommen als volgt: de tegenwoordige tijd is verstom, de verleden tijd is verstomde en het voltooid deelwoord is verstomd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verstommen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verstommen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verstommen in het kort

verstommen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verstommen zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verstommen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verstommen: sprakeloos worden
Deel verstommen — standaardnederlands.nl