versterven
werkwoordBetekenis
- ten gevolge van iemands overlijden op een ander overgaan, nalaten
- overlijden als gevolg van het niet meer toedienen van vocht en voedsel
werkwoord
- het beoefenen van discipline door het ingaan tegen natuurlijke neigingen, het beoefenen van ascese.
Vervoeging van versterven
verstervenhele werkwoord — verstierfverleden tijd enkelvoud — verstiervenverleden tijd meervoud — verstorvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versterf | verstierf |
| jij | versterft | verstierf |
| hij, zij, het | versterft | verstierf |
| wij | versterven | verstierven |
| jullie | versterven | verstierven |
| zij | versterven | verstierven |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te versterven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verstorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versterf | gebiedende wijs |
| versterve | aanvoegende wijs |
| verstervend | onvoltooid, deelwoord |
| verstierf | verleden tijd |
| verstorven | verleden tijd, deelwoord |
| verstorven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstorven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verstorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verstorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verstorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verstorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verstorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verstorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verstorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt versterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verstorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen versterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult versterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verstorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van sterven met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van versterven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| versterf | gebiedende wijs | versterven |
| versterft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | versterven |
| versterve | aanvoegende wijs | versterven |
| verstervend | onvoltooid deelwoord | versterven |
| verstervende | woordvorm | versterven |
| verstierf | verleden tijd | versterven |
| verstierven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | versterven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versterven zijn vastgelegd.