Naar de inhoud

versmelten

gaandeweg verminderen of verdwijnen

versmelten

werkwoord

Betekenis

  1. gaandeweg verminderen of verdwijnen
  2. in elkaar overgaan
  3. (metaalkunde) door te smelten tot een geheel maken
  4. door te smelten weer tot basismateriaal maken

werkwoord

  1. door te smelten tot een geheel maken transitive

Vervoeging van versmelten

versmeltenhele werkwoord — versmoltverleden tijd enkelvoud — versmoltenverleden tijd meervoud — versmoltenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versmelt versmolt
jij versmelt versmolt
hij, zij, het versmelt versmolt
wij versmelten versmolten
jullie versmelten versmolten
zij versmelten versmolten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versmolten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versmolten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versmolten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versmolten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versmolten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versmolten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versmelten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmelt gebiedende wijs
versmelte aanvoegende wijs
versmeltend onvoltooid, deelwoord
versmolt verleden tijd
versmolten verleden tijd, deelwoord
versmolten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versmolten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versmolten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmolten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmolten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmolten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versmolten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versmolten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versmolten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versmolten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt versmelten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt versmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen versmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult versmelten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult versmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van smelten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van versmelten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versmelt gebiedende wijs versmelten
versmelte aanvoegende wijs versmelten
versmeltend onvoltooid deelwoord versmelten
versmeltende woordvorm versmelten
versmolt verleden tijd versmelten
versmolten voltooid deelwoord versmelten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versmelten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over versmelten

Wat is de betekenis van versmelten?
Versmelten is een werkwoord. De betekenis is: gaandeweg verminderen of verdwijnen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik versmelten?
Zo vervoeg je versmelten zo: de tegenwoordige tijd is versmelt, de verleden tijd is versmolt en het voltooid deelwoord is versmolten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versmelten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versmelten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versmelten in het kort

versmelten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van versmelten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort versmelten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

versmelten: gaandeweg verminderen of verdwijnen
Deel versmelten — standaardnederlands.nl