Naar de inhoud

versmaden

links laten liggen, afkeer hebben van, met minachting of verachting beschouwen

versmaden

werkwoord

Betekenis

  1. links laten liggen, afkeer hebben van, met minachting of verachting beschouwen
  2. niet te ~: een goed idee, zeer de moeite waard, te mooi om te missen

Vervoeging van versmaden

versmadenhele werkwoord — versmaaddeverleden tijd enkelvoud — versmaaddenverleden tijd meervoud — versmaadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versmaad versmaadde
jij versmaadt versmaadde
hij, zij, het versmaadt versmaadde
wij versmaden versmaadden
jullie versmaden versmaadden
zij versmaden versmaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versmaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versmaad impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versmaad impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versmaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versmaad worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versmaad zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versmaad worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versmaad zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versmaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versmaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versmaden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versmaden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmaad gebiedende wijs
versmaad verleden tijd, deelwoord
versmaad te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versmaad te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versmaad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmaad te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmaad te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versmaad worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versmaad zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versmaad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versmaad zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versmaad zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versmaadde verleden tijd
versmade aanvoegende wijs
versmadend onvoltooid, deelwoord
waart versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt versmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versmaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versmaden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult versmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versmaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versmaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van smaden met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van versmaden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versmaad voltooid deelwoord versmaden
versmaadde verleden tijd versmaden
versmaadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon versmaden
versmaadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon versmaden
versmade aanvoegende wijs versmaden
versmadend onvoltooid deelwoord versmaden
versmadende woordvorm versmaden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versmaden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over versmaden

Wat betekent versmaden?
Versmaden is een werkwoord. Het woord betekent: links laten liggen, afkeer hebben van, met minachting of verachting beschouwen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je versmaden?
Je vervoegt versmaden als volgt: de tegenwoordige tijd is versmaad, de verleden tijd is versmaadde en het voltooid deelwoord is versmaad. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versmaden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versmaden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versmaden in het kort

versmaden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van versmaden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort versmaden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

versmaden: links laten liggen, afkeer hebben van, met minachting of verachting beschouwen
Deel versmaden — standaardnederlands.nl