verslaven
werkwoordBetekenis
- tot slaaf maken, onderwerpen
- in een staat van lichamelijke of geestelijke afhankelijkheid brengen
- Het deelwoord vormt een ergatieve constructie met raken
Vervoeging van verslaven
verslavenhele werkwoord — verslaafdeverleden tijd enkelvoud — verslaafdenverleden tijd meervoud — verslaafdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verslaaf | verslaafde |
| jij | verslaaft | verslaafde |
| hij, zij, het | verslaaft | verslaafde |
| wij | verslaven | verslaafden |
| jullie | verslaven | verslaafden |
| zij | verslaven | verslaafden |
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verslaafd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er is verslaafd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verslaafd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was verslaafd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd verslaafd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd verslaafd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt verslaafd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt verslaafd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verslaafd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verslaafd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verslaafd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal verslaafd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou verslaafd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verslaafd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou verslaafd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou verslaafd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben verslaafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn verslaafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verslaven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verslaven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslaaf | gebiedende wijs |
| verslaafd | verleden tijd, deelwoord |
| verslaafd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verslaafd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verslaafd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslaafd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslaafd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verslaafd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verslaafd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verslaafd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verslaafd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verslaafd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verslaafde | verleden tijd |
| verslave | aanvoegende wijs |
| verslavend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verslaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verslaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verslaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verslaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verslaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verslaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verslaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verslaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verslaafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verslaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verslaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verslaven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verslaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verslaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verslaven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van slaaf met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verslaven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verslaaf | gebiedende wijs | verslaven |
| verslaaft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verslaven |
| verslave | aanvoegende wijs | verslaven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verslaven zijn vastgelegd.