verschrijven
werkwoordBetekenis
- met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven
- overbrengen op een andere rekening
- zich ~: zich vergissen bij het schrijven
Vervoeging van verschrijven
verschrijvenhele werkwoord — verschreefverleden tijd enkelvoud — verschrevenverleden tijd meervoud — verschrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verschrijf | verschreef |
| jij | verschrijft | verschreef |
| hij, zij, het | verschrijft | verschreef |
| wij | verschrijven | verschreven |
| jullie | verschrijven | verschreven |
| zij | verschrijven | verschreven |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verschreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verschreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verschreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verschreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verschreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verschreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschreef | verleden tijd |
| verschreef je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschreef me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschreef u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verschreef u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschreef zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschreef zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verschreef zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschreven | verleden tijd, deelwoord |
| verschreven je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschreven ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verschreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verschreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verschreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verschreven zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verschreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verschreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verschrijf | gebiedende wijs |
| verschrijf me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschrijf u/je , verschrijft je | gebiedende wijs |
| verschrijft je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschrijft u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschrijft u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschrijft zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verschrijft zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verschrijft zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschrijve | aanvoegende wijs |
| verschrijve zich | aanvoegende wijs |
| verschrijven je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschrijven ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschrijven zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verschrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verschrijven | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verschrijven | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verschrijven | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verschreven hebben | verleden tijd |
| zich verschrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verschrijven | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verschrijven | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van schrijven met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verschrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verschreef | verleden tijd | verschrijven |
| verschreven | voltooid deelwoord | verschrijven |
| verschrijf | gebiedende wijs | verschrijven |
| verschrijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verschrijven |
| verschrijve | aanvoegende wijs | verschrijven |
| verschrijvend | onvoltooid deelwoord | verschrijven |
| verschrijvende | woordvorm | verschrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschrijven zijn vastgelegd.