Naar de inhoud

verschrijven

met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven

verschrijven

werkwoord

Betekenis

  1. met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven
  2. overbrengen op een andere rekening
  3. zich ~: zich vergissen bij het schrijven

Vervoeging van verschrijven

verschrijvenhele werkwoord — verschreefverleden tijd enkelvoud — verschrevenverleden tijd meervoud — verschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verschrijf verschreef
jij verschrijft verschreef
hij, zij, het verschrijft verschreef
wij verschrijven verschreven
jullie verschrijven verschreven
zij verschrijven verschreven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verschrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschreef verleden tijd
verschreef je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verschreef me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verschreef u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verschreef u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verschreef zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verschreef zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verschreef zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verschreven verleden tijd, deelwoord
verschreven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verschreven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verschreven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschrijf gebiedende wijs
verschrijf me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verschrijf u/je , verschrijft je gebiedende wijs
verschrijft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verschrijft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verschrijft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verschrijft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verschrijft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verschrijft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verschrijve aanvoegende wijs
verschrijve zich aanvoegende wijs
verschrijven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verschrijven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verschrijven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verschrijvend onvoltooid, deelwoord
waart verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verschrijven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verschrijven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verschrijven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verschreven hebben verleden tijd
zich verschrijvend onvoltooid, deelwoord
zijn verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verschrijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verschrijven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verschrijven eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schrijven met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verschreef verleden tijd verschrijven
verschreven voltooid deelwoord verschrijven
verschrijf gebiedende wijs verschrijven
verschrijft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verschrijven
verschrijve aanvoegende wijs verschrijven
verschrijvend onvoltooid deelwoord verschrijven
verschrijvende woordvorm verschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschrijven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verschrijven

Wat is de betekenis van verschrijven?
Verschrijven is een werkwoord. De betekenis is: met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verschrijven?
Zo vervoeg je verschrijven zo: de tegenwoordige tijd is verschrijf, de verleden tijd is verschreef en het voltooid deelwoord is verschreven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verschrijven is 31 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. R 2
  8. I 1
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 31 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verschrijven levert met Wordfeud minimaal 32 en maximaal 126 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. R 2
  8. I 2
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 32 zonder bonus
  14. 126 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verschrijven in het kort

verschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verschrijven staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verschrijven bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verschrijven: met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven
Deel verschrijven — standaardnederlands.nl