Naar de inhoud

verschoppen

schoppend verplaatsen

verschoppen

werkwoord

Betekenis

  1. schoppend verplaatsen

Vervoeging van verschoppen

verschoppenhele werkwoord — verschopteverleden tijd enkelvoud — verschoptenverleden tijd meervoud — verschoptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verschop verschopte
jij verschopt verschopte
hij, zij, het verschopt verschopte
wij verschoppen verschopten
jullie verschoppen verschopten
zij verschoppen verschopten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verschopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verschopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verschopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verschopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verschopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verschopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verschopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verschoppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verschoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschop gebiedende wijs
verschoppe aanvoegende wijs
verschoppend onvoltooid, deelwoord
verschopt verleden tijd, deelwoord
verschopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verschopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verschopte verleden tijd
zal verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verschoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verschoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schoppen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verschoppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verschop gebiedende wijs verschoppen
verschoppe aanvoegende wijs verschoppen
verschoppend onvoltooid deelwoord verschoppen
verschoppende woordvorm verschoppen
verschopt voltooid deelwoord verschoppen
verschopte verleden tijd verschoppen
verschopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verschoppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verschoppen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verschoppen

Wat is de betekenis van verschoppen?
Verschoppen is een werkwoord. De betekenis is: schoppend verplaatsen.
Hoe vervoeg ik verschoppen?
Zo vervoeg je verschoppen zo: de tegenwoordige tijd is verschop, de verleden tijd is verschopte en het voltooid deelwoord is verschopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verschoppen is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. O 1
  8. P 3
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verschoppen levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. O 1
  8. P 4
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 29 zonder bonus
  13. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verschoppen in het kort

verschoppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verschoppen staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verschoppen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verschoppen: schoppend verplaatsen
Deel verschoppen — standaardnederlands.nl