Naar de inhoud

verpatsen

iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen

verpatsen

werkwoord

Betekenis

  1. iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van verpatsen

verpatsenhele werkwoord — verpatsteverleden tijd enkelvoud — verpatstenverleden tijd meervoud — verpatstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verpats verpatste
jij verpatst verpatste
hij, zij, het verpatst verpatste
wij verpatsen verpatsten
jullie verpatsen verpatsten
zij verpatsen verpatsten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is verpatst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verpatst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verpatst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verpatst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verpatst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verpatst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verpatst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verpatst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verpatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verpatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verpatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verpatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verpatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verpatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verpatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verpatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verpatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verpatsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verpatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpats gebiedende wijs
verpatse aanvoegende wijs
verpatsend onvoltooid, deelwoord
verpatst verleden tijd, deelwoord
verpatst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verpatst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verpatst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpatst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpatst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpatst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verpatst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verpatst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpatst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpatst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpatste verleden tijd
waren verpatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verpatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verpatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden verpatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden verpatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verpatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verpatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verpatst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verpatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verpatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verpatst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpatst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verpatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verpatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verpatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verpatst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verpatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verpatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘Bargoens: beneden de prijs verkopen’ voor het eerst aangetroffen in 1860

Woordfamilie van verpatsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verpats gebiedende wijs verpatsen
verpatse aanvoegende wijs verpatsen
verpatsend onvoltooid deelwoord verpatsen
verpatsende woordvorm verpatsen
verpatst voltooid deelwoord verpatsen
verpatste verleden tijd verpatsen
verpatsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verpatsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verpatsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verpatsen

Wat betekent verpatsen?
Verpatsen is een werkwoord. Het woord betekent: iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verpatsen?
Je vervoegt verpatsen als volgt: de tegenwoordige tijd is verpats, de verleden tijd is verpatste en het voltooid deelwoord is verpatst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verpatsen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 3
  5. A 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verpatsen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verpatsen in het kort

verpatsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verpatsen zijn 64 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verpatsen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verpatsen: iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen
Deel verpatsen — standaardnederlands.nl