vernederen
werkwoordBetekenis
- iemand zo behandelen dat hij zich minderwaardig voelt
Vervoeging van vernederen
vernederenhele werkwoord — vernederdeverleden tijd enkelvoud — vernederdenverleden tijd meervoud — vernederdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verneder | vernederde |
| jij | vernedert | vernederde |
| hij, zij, het | vernedert | vernederde |
| wij | vernederen | vernederden |
| jullie | vernederen | vernederden |
| zij | vernederen | vernederden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vernederd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vernederd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vernederd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vernederd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vernederd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vernederd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vernederd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vernederd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vernederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vernederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vernederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vernederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernederd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vernederd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vernederen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vernederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verneder | gebiedende wijs |
| vernederd | verleden tijd, deelwoord |
| vernederd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernederd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernederd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernederd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernederd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernederd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernederd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernederd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernederd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernederd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernederde | verleden tijd |
| vernedere | aanvoegende wijs |
| vernederend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vernederd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vernederd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vernederd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vernederd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vernederd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vernederd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vernederd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernederd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernederen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vernederd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernederd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernederd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernederen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van neder met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vernederen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verneder | gebiedende wijs | vernederen |
| vernederd | voltooid deelwoord | vernederen |
| vernederde | verleden tijd | vernederen |
| vernederden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vernederen |
| vernedere | aanvoegende wijs | vernederen |
| vernedert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernederen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernederen zijn vastgelegd.