verneuken
werkwoordBetekenis
- verpesten
- grof belazeren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van verneuken
verneukenhele werkwoord — verneukteverleden tijd enkelvoud — verneuktenverleden tijd meervoud — verneuktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verneuk | verneukte |
| jij | verneukt | verneukte |
| hij, zij, het | verneukt | verneukte |
| wij | verneuken | verneukten |
| jullie | verneuken | verneukten |
| zij | verneuken | verneukten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verneukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verneukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verneukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verneukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verneukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verneukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verneukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verneukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verneukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verneukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verneuken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verneuken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verneuk | gebiedende wijs |
| verneuke | aanvoegende wijs |
| verneukend | onvoltooid, deelwoord |
| verneukt | verleden tijd, deelwoord |
| verneukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verneukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verneukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verneukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verneukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verneukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verneukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verneukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verneukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verneukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verneukte | verleden tijd |
| waart verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verneuken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verneuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘bedriegen’ voor het eerst aangetroffen in 1795
Woordfamilie van verneuken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verneuk | gebiedende wijs | verneuken |
| verneuke | aanvoegende wijs | verneuken |
| verneukend | onvoltooid deelwoord | verneuken |
| verneukende | woordvorm | verneuken |
| verneukt | voltooid deelwoord | verneuken |
| verneukte | verleden tijd | verneuken |
| verneukten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verneuken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verneuken zijn vastgelegd.