vernachelen
werkwoord vərˈnɑxələ(n)Betekenis
- een loer draaien, voor de gek houden, iemand erbij lappen
- verprutsen van een gezamenlijk activiteit, ruïneren (van een spel)
Hoe spreek je vernachelen uit?
/vərˈnɑxələn/
Vernachelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vernachelen
vernachelenhele werkwoord — vernacheldeverleden tijd enkelvoud — vernacheldenverleden tijd meervoud — vernacheldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vernachel | vernachelde |
| jij | vernachelt | vernachelde |
| hij, zij, het | vernachelt | vernachelde |
| wij | vernachelen | vernachelden |
| jullie | vernachelen | vernachelden |
| zij | vernachelen | vernachelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vernacheld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vernacheld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vernacheld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vernacheld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vernacheld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vernacheld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vernacheld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vernacheld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vernacheld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vernacheld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vernacheld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vernacheld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernacheld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vernacheld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vernachelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vernachelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernachel | gebiedende wijs |
| vernacheld | verleden tijd, deelwoord |
| vernacheld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernacheld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernacheld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernacheld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernacheld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernacheld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernacheld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernacheld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernacheld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernacheld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernachelde | verleden tijd |
| vernachele | aanvoegende wijs |
| vernachelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernacheld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernacheld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vernacheld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vernacheld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vernacheld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vernacheld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vernacheld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vernacheld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernacheld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernachelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vernacheld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernacheld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernacheld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernachelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
uit het Bargoens, ofwel van Aramees נכלא (nachla) "bedrog" ofwel afgeleid van nachel (nagel) met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘beetnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Woordfamilie van vernachelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vernachel | gebiedende wijs | vernachelen |
| vernacheld | voltooid deelwoord | vernachelen |
| vernachelde | verleden tijd | vernachelen |
| vernachelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vernachelen |
| vernachele | aanvoegende wijs | vernachelen |
| vernachelend | onvoltooid deelwoord | vernachelen |
| vernachelende | woordvorm | vernachelen |
| vernachelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernachelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernachelen zijn vastgelegd.