Naar de inhoud

vermageren

aan lichaamsgewicht verliezen

vermageren

werkwoord

Betekenis

  1. aan lichaamsgewicht verliezen

Vervoeging van vermageren

vermagerenhele werkwoord — vermagerdeverleden tijd enkelvoud — vermagerdenverleden tijd meervoud — vermagerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vermager vermagerde
jij vermagert vermagerde
hij, zij, het vermagert vermagerde
wij vermageren vermagerden
jullie vermageren vermagerden
zij vermageren vermagerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vermagerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vermagerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vermagerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vermagerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vermagerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vermagerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vermagerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vermagerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te vermageren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn vermagerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vermageren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermager gebiedende wijs
vermagerd verleden tijd, deelwoord
vermagerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermagerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermagerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermagerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermagerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermagerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermagerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermagerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermagerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermagerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermagerde verleden tijd
vermagere aanvoegende wijs
vermagerend onvoltooid, deelwoord
waart vermagerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermagerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vermagerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermagerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vermagerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vermagerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vermagerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vermagerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vermagerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vermagerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vermagerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermagerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vermageren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vermagerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vermagerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vermageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van mager met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vermageren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vermager gebiedende wijs vermageren
vermagerd voltooid deelwoord vermageren
vermagerde verleden tijd vermageren
vermagerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vermageren
vermagere aanvoegende wijs vermageren
vermagerend onvoltooid deelwoord vermageren
vermagerende woordvorm vermageren
vermagert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vermageren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermageren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vermageren

Wat is de betekenis van vermageren?
Vermageren is een werkwoord. De betekenis is: aan lichaamsgewicht verliezen.
Hoe vervoeg ik vermageren?
Zo vervoeg je vermageren zo: de tegenwoordige tijd is vermager, de verleden tijd is vermagerde en het voltooid deelwoord is vermagerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vermageren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vermageren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vermageren in het kort

vermageren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vermageren staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vermageren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vermageren: aan lichaamsgewicht verliezen
Deel vermageren — standaardnederlands.nl