Naar de inhoud

verluiden

het luiden van klokken —al of niet van de kerk— naar aanleiding van het overlijden van iemand

verluiden

werkwoord

Betekenis

  1. het luiden van klokken —al of niet van de kerk— naar aanleiding van het overlijden van iemand
  2. hard laten klinken
  3. zich laten ~ kennis geven van iets
  4. horen ~ op een of andere wijze vernemen
  5. naar ~: zoals vernomen is (vaak uit onduidelijke of mogelijk niet geloofwaardige bron)

Vervoeging van verluiden

verluidenhele werkwoord — verluiddeverleden tijd enkelvoud — verluiddenverleden tijd meervoud — hebben verluidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verluid verluidde
jij verluidt verluidde
hij, zij, het verluidt verluidde
wij verluiden verluidden
jullie verluiden verluidden
zij verluiden verluidden
Alle 66 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is verluid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verluid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verluid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verluid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verluid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verluid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verluid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verluid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verluid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verluid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verluid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verluid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verluid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verluid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verluid verleden tijd, deelwoord
hebben verluid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verluid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verluid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verluid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verluiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verluiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verluid gebiedende wijs
verluid verleden tijd, deelwoord
verluid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verluid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verluidde verleden tijd
verluide aanvoegende wijs
verluidend onvoltooid, deelwoord
verluidt tegenwoordige tijd
zal verluid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verluid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verluiden toekomende tijd
zal verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verluid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verluiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verluid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verluid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verluiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verluid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verluiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van luiden met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verluiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verluid voltooid deelwoord verluiden
verluidde verleden tijd verluiden
verluidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verluiden
verluide aanvoegende wijs verluiden
verluidend onvoltooid deelwoord verluiden
verluidende woordvorm verluiden
verluidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verluiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verluiden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verluiden

Wat is de betekenis van verluiden?
Verluiden is een werkwoord. De betekenis is: het luiden van klokken —al of niet van de kerk— naar aanleiding van het overlijden van iemand. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verluiden?
Zo vervoeg je verluiden zo: de tegenwoordige tijd is verluid, de verleden tijd is verluidde en het voltooid deelwoord is hebben verluid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verluiden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verluiden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verluiden in het kort

verluiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verluiden staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verluiden bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verluiden: het luiden van klokken —al of niet van de kerk— naar aanleiding van het overlijden van iemand
Deel verluiden — standaardnederlands.nl