verluchten
werkwoordBetekenis
- illustreren
- luchten, ventileren
Vervoeging van verluchten
verluchtenhele werkwoord — verluchtteverleden tijd enkelvoud — verluchttenverleden tijd meervoud — verluchtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlucht | verluchtte |
| jij | verlucht | verluchtte |
| hij, zij, het | verlucht | verluchtte |
| wij | verluchten | verluchtten |
| jullie | verluchten | verluchtten |
| zij | verluchten | verluchtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlucht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlucht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlucht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlucht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlucht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlucht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlucht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlucht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verluchten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verluchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlucht | gebiedende wijs |
| verlucht | verleden tijd, deelwoord |
| verlucht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlucht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlucht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlucht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlucht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlucht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlucht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlucht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlucht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlucht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verluchte | aanvoegende wijs |
| verluchtend | onvoltooid, deelwoord |
| verluchtte | verleden tijd |
| waart verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlucht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlucht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verlucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlucht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verluchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verlucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlucht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlucht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verluchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(een geschrift) versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van verluchten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlucht | voltooid deelwoord | verluchten |
| verluchte | aanvoegende wijs | verluchten |
| verluchtend | onvoltooid deelwoord | verluchten |
| verluchtende | woordvorm | verluchten |
| verluchtte | verleden tijd | verluchten |
| verluchtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verluchten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verluchten zijn vastgelegd.