Naar de inhoud

verloten

door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen

verloten

werkwoord

Betekenis

  1. door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen

Vervoeging van verloten

verlotenhele werkwoord — verlootteverleden tijd enkelvoud — verloottenverleden tijd meervoud — verlootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verloot verlootte
jij verloot verlootte
hij, zij, het verloot verlootte
wij verloten verlootten
jullie verloten verlootten
zij verloten verlootten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verloot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verloot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verloot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verloot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verloot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verloot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verloot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verloot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verloten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verloot gebiedende wijs
verloot verleden tijd, deelwoord
verloot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verloot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verloot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verloot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verloot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verloot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verloot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verloot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verloot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verloot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlootte verleden tijd
verlote aanvoegende wijs
verlotend onvoltooid, deelwoord
waart verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verloot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verloot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verloot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verloot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verloot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verloot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van loten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verloten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verloot voltooid deelwoord verloten
verlootte verleden tijd verloten
verlootten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verloten
verlote aanvoegende wijs verloten
verlotend onvoltooid deelwoord verloten
verlotende woordvorm verloten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verloten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verloten

Wat is de betekenis van verloten?
Verloten is een werkwoord. De betekenis is: door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen.
Hoe vervoeg ik verloten?
Zo vervoeg je verloten zo: de tegenwoordige tijd is verloot, de verleden tijd is verlootte en het voltooid deelwoord is verloot. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verloten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verloten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verloten in het kort

verloten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verloten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verloten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verloten: door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen
Deel verloten — standaardnederlands.nl