verloop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het weggaan van werknemers
- overgang tussen twee delen
- de manier waarop een proces zich voltrekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verloopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verloopjes | verkleinwoord, meervoud |
| verlopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlopen
- gebiedende wijs van verlopen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlopen
Vervoeging van verloop
verloophele werkwoord
Woordfamilie van verloop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verloopje | verkleinwoord | verloop |
| verloopjes | verkleinwoord meervoud | verloop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verloop zijn vastgelegd.