Naar de inhoud

verletten

verzuimen

verletten is meer dan één woord

verletten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. verzuimen
  2. verhinderen, tegenhouden, weerhouden, beletten

Vervoeging van verletten

verlettenhele werkwoord — verletteverleden tijd enkelvoud — verletvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlet verlette
jij verlet verlette
hij, zij, het verlet verlette
wij verletten —
jullie verletten —
zij verletten —
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verlet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verletten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlet gebiedende wijs
verlet verleden tijd, deelwoord
verlet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlette verleden tijd
verlette aanvoegende wijs
verlettend onvoltooid, deelwoord
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van verletten

Vervoeging van verletten

verlettenhele werkwoord — verletteverleden tijd enkelvoud — verletvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlet verlette
jij verlet verlette
hij, zij, het verlet verlette
wij verletten —
jullie verletten —
zij verletten —
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verlet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verletten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlet gebiedende wijs
verlet verleden tijd, deelwoord
verlet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlette verleden tijd
verlette aanvoegende wijs
verlettend onvoltooid, deelwoord
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verlet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verletten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verlet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verletten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verlet

Herkomst

afgeleid van letten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verletten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlette verleden tijd verletten
verlettend onvoltooid deelwoord verletten
verlettende woordvorm verletten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verletten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verletten

Wat betekent verletten?
Verletten is een werkwoord. Het woord betekent: verzuimen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verletten?
Je vervoegt verletten als volgt: de tegenwoordige tijd is verlet, de verleden tijd is verlette en het voltooid deelwoord is verlet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verletten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verletten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verletten in het kort

verletten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verletten zijn 28 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verletten bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verletten: verzuimen
Deel verletten — standaardnederlands.nl