Naar de inhoud

verleren

iets wat ooit geleerd is weer vergeten

verleren

werkwoord

Betekenis

  1. iets wat ooit geleerd is weer vergeten
  2. in onbruik raken van een gebruik, gewoonte

Vervoeging van verleren

verlerenhele werkwoord — verleerdeverleden tijd enkelvoud — verleerdenverleden tijd meervoud — verleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verleer verleerde
jij verleert verleerde
hij, zij, het verleert verleerde
wij verleren verleerden
jullie verleren verleerden
zij verleren verleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verleer gebiedende wijs
verleerd verleden tijd, deelwoord
verleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verleerde verleden tijd
verlere aanvoegende wijs
verlerend onvoltooid, deelwoord
waart verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van leren met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verleer gebiedende wijs verleren
verleerd voltooid deelwoord verleren
verleerde verleden tijd verleren
verleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verleren
verleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verleren
verlere aanvoegende wijs verleren
verlerend onvoltooid deelwoord verleren
verlerende woordvorm verleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verleren

Wat is de betekenis van verleren?
Verleren is een werkwoord. De betekenis is: iets wat ooit geleerd is weer vergeten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verleren?
Zo vervoeg je verleren zo: de tegenwoordige tijd is verleer, de verleden tijd is verleerde en het voltooid deelwoord is verleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verleren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verleren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verleren in het kort

verleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verleren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verleren: iets wat ooit geleerd is weer vergeten
Deel verleren — standaardnederlands.nl