Naar de inhoud

verleien

belenen

verleien

werkwoord

Betekenis

  1. belenen

Vervoeging van verleien

verleienhele werkwoord — verleideverleden tijd enkelvoud — verleidenverleden tijd meervoud — verleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlei verleide
jij verleit verleide
hij, zij, het verleit verleide
wij verleien verleiden
jullie verleien verleiden
zij verleien verleiden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verleien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verleien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlei gebiedende wijs
verleid verleden tijd, deelwoord
verleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verleide verleden tijd
verleie aanvoegende wijs
verleiend onvoltooid, deelwoord
zal verleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verleien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verleien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verleien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van lijen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verleien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlei gebiedende wijs verleien
verleie aanvoegende wijs verleien
verleiend onvoltooid deelwoord verleien
verleiende woordvorm verleien
verleit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verleien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verleien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verleien

Wat is de betekenis van verleien?
Verleien is een werkwoord. De betekenis is: belenen.
Hoe vervoeg ik verleien?
Zo vervoeg je verleien zo: de tegenwoordige tijd is verlei, de verleden tijd is verleide en het voltooid deelwoord is verleid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verleien is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verleien levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verleien in het kort

verleien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verleien staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verleien bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verleien: belenen
Deel verleien — standaardnederlands.nl