Naar de inhoud

verlappen

verkopen onder ongunstige voorwaarden

verlappen

werkwoord

Betekenis

  1. verkopen onder ongunstige voorwaarden

Vervoeging van verlappen

verlappenhele werkwoord — verlapteverleden tijd enkelvoud — verlaptenverleden tijd meervoud — verlaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlap verlapte
jij verlapt verlapte
hij, zij, het verlapt verlapte
wij verlappen verlapten
jullie verlappen verlapten
zij verlappen verlapten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verlapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verlappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verlappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlap gebiedende wijs
verlappe aanvoegende wijs
verlappend onvoltooid, deelwoord
verlapt verleden tijd, deelwoord
verlapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlapte verleden tijd
zal verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verlappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verlapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verlappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verlappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verlapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afleiding van lappen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verlappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlap gebiedende wijs verlappen
verlappe aanvoegende wijs verlappen
verlappend onvoltooid deelwoord verlappen
verlappende woordvorm verlappen
verlapt voltooid deelwoord verlappen
verlapte verleden tijd verlappen
verlapten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verlappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verlappen

Wat is de betekenis van verlappen?
Verlappen is een werkwoord. De betekenis is: verkopen onder ongunstige voorwaarden.
Hoe vervoeg ik verlappen?
Zo vervoeg je verlappen zo: de tegenwoordige tijd is verlap, de verleden tijd is verlapte en het voltooid deelwoord is verlapt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verlappen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verlappen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verlappen in het kort

verlappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verlappen staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verlappen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verlappen: verkopen onder ongunstige voorwaarden
Deel verlappen — standaardnederlands.nl