verlappen
werkwoordBetekenis
- verkopen onder ongunstige voorwaarden
Vervoeging van verlappen
verlappenhele werkwoord — verlapteverleden tijd enkelvoud — verlaptenverleden tijd meervoud — verlaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlap | verlapte |
| jij | verlapt | verlapte |
| hij, zij, het | verlapt | verlapte |
| wij | verlappen | verlapten |
| jullie | verlappen | verlapten |
| zij | verlappen | verlapten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlap | gebiedende wijs |
| verlappe | aanvoegende wijs |
| verlappend | onvoltooid, deelwoord |
| verlapt | verleden tijd, deelwoord |
| verlapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlapte | verleden tijd |
| zal verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verlapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verlappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verlappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verlapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van lappen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verlappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlap | gebiedende wijs | verlappen |
| verlappe | aanvoegende wijs | verlappen |
| verlappend | onvoltooid deelwoord | verlappen |
| verlappende | woordvorm | verlappen |
| verlapt | voltooid deelwoord | verlappen |
| verlapte | verleden tijd | verlappen |
| verlapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verlappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlappen zijn vastgelegd.