Naar de inhoud

verkwanselen

niet de moeite doen om qua geld de echte waarde eruit te halen

verkwanselen

werkwoord

Betekenis

  1. niet de moeite doen om qua geld de echte waarde eruit te halen
  2. niet de moeite doen om qua tijd meer te bereiken en er meer uit te halen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van verkwanselen

verkwanselenhele werkwoord — verkwanseldeverleden tijd enkelvoud — verkwanseldenverleden tijd meervoud — verkwanseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkwansel verkwanselde
jij verkwanselt verkwanselde
hij, zij, het verkwanselt verkwanselde
wij verkwanselen verkwanselden
jullie verkwanselen verkwanselden
zij verkwanselen verkwanselden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkwanseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkwanseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkwanseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkwanseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkwanseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkwanseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkwanseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkwanseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkwanseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkwanseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkwanseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkwanseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkwanseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkwanseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkwanselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkwanselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkwansel gebiedende wijs
verkwanseld verleden tijd, deelwoord
verkwanseld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkwanseld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkwanseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkwanseld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkwanseld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkwanseld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkwanseld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkwanseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkwanseld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkwanseld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkwanselde verleden tijd
verkwansele aanvoegende wijs
verkwanselend onvoltooid, deelwoord
waart verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkwanseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkwanseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkwanseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkwanseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkwanseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkwanseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkwanseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkwanseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkwanseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkwanselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkwanseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkwanseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkwanseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkwanselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kwanselen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verkwanselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkwansel gebiedende wijs verkwanselen
verkwanseld voltooid deelwoord verkwanselen
verkwanselde verleden tijd verkwanselen
verkwanselden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkwanselen
verkwansele aanvoegende wijs verkwanselen
verkwanselend onvoltooid deelwoord verkwanselen
verkwanselende woordvorm verkwanselen
verkwanselt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkwanselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkwanselen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkwanselen

Wat is de betekenis van verkwanselen?
Verkwanselen is een werkwoord. De betekenis is: niet de moeite doen om qua geld de echte waarde eruit te halen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkwanselen?
Zo vervoeg je verkwanselen zo: de tegenwoordige tijd is verkwansel, de verleden tijd is verkwanselde en het voltooid deelwoord is verkwanseld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkwanselen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkwanselen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkwanselen in het kort

verkwanselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkwanselen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkwanselen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkwanselen: niet de moeite doen om qua geld de echte waarde eruit te halen
Deel verkwanselen — standaardnederlands.nl