Naar de inhoud

verkijken

teloor laten gaan, -vaak ongemerkt- verliezen

verkijken

werkwoord

Betekenis

  1. teloor laten gaan, -vaak ongemerkt- verliezen
  2. door kijken verspillen
  3. zich ~ op een verkeerde inschatting maken

Vervoeging van verkijken

verkijkenhele werkwoord — verkeekverleden tijd enkelvoud — verkekenverleden tijd meervoud — verkekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkijk verkeek
jij verkijkt verkeek
hij, zij, het verkijkt verkeek
wij verkijken verkeken
jullie verkijken verkeken
zij verkijken verkeken
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkeek verleden tijd
verkeek je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verkeek me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verkeek u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verkeek u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verkeek zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verkeek zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verkeek zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verkeken verleden tijd, deelwoord
verkeken je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verkeken ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verkeken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkeken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkeken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkeken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkeken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkeken zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verkeken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkeken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkeken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkijk gebiedende wijs
verkijk me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verkijk u/je , verkijkt je gebiedende wijs
verkijke aanvoegende wijs
verkijke zich aanvoegende wijs
verkijken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verkijken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verkijken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verkijkend onvoltooid, deelwoord
verkijkt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verkijkt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verkijkt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verkijkt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verkijkt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verkijkt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verkijken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verkeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verkeken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkeken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verkijken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verkijken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verkeken hebben verleden tijd
zich verkijkend onvoltooid, deelwoord
zijn verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verkijken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verkijken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verkeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kijken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verkijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkeek verleden tijd verkijken
verkeken voltooid deelwoord verkijken
verkijk gebiedende wijs verkijken
verkijke aanvoegende wijs verkijken
verkijkend onvoltooid deelwoord verkijken
verkijkende woordvorm verkijken
verkijkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkijken

Wat is de betekenis van verkijken?
Verkijken is een werkwoord. De betekenis is: teloor laten gaan, -vaak ongemerkt- verliezen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkijken?
Zo vervoeg je verkijken zo: de tegenwoordige tijd is verkijk, de verleden tijd is verkeek en het voltooid deelwoord is verkeken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkijken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. I 1
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkijken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. I 2
  6. J 4
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkijken in het kort

verkijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkijken staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkijken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkijken: teloor laten gaan, -vaak ongemerkt- verliezen
Deel verkijken — standaardnederlands.nl