Naar de inhoud

verkankeren

aangetast worden door kanker

verkankeren

werkwoord

Betekenis

  1. aangetast worden door kanker
  2. aangetast worden
  3. in de war schoppen, bederven, verpesten

Vervoeging van verkankeren

verkankerenhele werkwoord — verkankerdeverleden tijd enkelvoud — verkankerdenverleden tijd meervoud — verkankerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkanker verkankerde
jij verkankert verkankerde
hij, zij, het verkankert verkankerde
wij verkankeren verkankerden
jullie verkankeren verkankerden
zij verkankeren verkankerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkankerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkankerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkankerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkankerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkankerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkankerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkankerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkankerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkankerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkankerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkankeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkankeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkanker gebiedende wijs
verkankerd verleden tijd, deelwoord
verkankerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkankerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkankerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkankerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkankerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkankerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkankerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkankerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkankerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkankerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkankerde verleden tijd
verkankere aanvoegende wijs
verkankerend onvoltooid, deelwoord
waart verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkankerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkankerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkankerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkankeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkankerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkankerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kanker met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verkankeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkanker gebiedende wijs verkankeren
verkankerd voltooid deelwoord verkankeren
verkankerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkankeren
verkankere aanvoegende wijs verkankeren
verkankerend onvoltooid deelwoord verkankeren
verkankerende woordvorm verkankeren
verkankert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkankeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkankeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkankeren

Wat is de betekenis van verkankeren?
Verkankeren is een werkwoord. De betekenis is: aangetast worden door kanker. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkankeren?
Zo vervoeg je verkankeren zo: de tegenwoordige tijd is verkanker, de verleden tijd is verkankerde en het voltooid deelwoord is verkankerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkankeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkankeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkankeren in het kort

verkankeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkankeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkankeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkankeren: aangetast worden door kanker
Deel verkankeren — standaardnederlands.nl