Naar de inhoud

verkalken

tot kalk worden, een kalkafzetting krijgen

verkalken

werkwoord

Betekenis

  1. tot kalk worden, een kalkafzetting krijgen
  2. ontoegankelijk worden voor iets nieuws, verstarren

Vervoeging van verkalken

verkalkenhele werkwoord — verkalkteverleden tijd enkelvoud — verkalktenverleden tijd meervoud — verkalktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkalk verkalkte
jij verkalkt verkalkte
hij, zij, het verkalkt verkalkte
wij verkalken verkalkten
jullie verkalken verkalkten
zij verkalken verkalkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkalken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkalk gebiedende wijs
verkalke aanvoegende wijs
verkalkend onvoltooid, deelwoord
verkalkt verleden tijd, deelwoord
verkalkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkalkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkalkte verleden tijd
zal verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verkalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kalk met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verkalken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkalk gebiedende wijs verkalken
verkalke aanvoegende wijs verkalken
verkalkend onvoltooid deelwoord verkalken
verkalkende woordvorm verkalken
verkalkt voltooid deelwoord verkalken
verkalkte verleden tijd verkalken
verkalkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkalken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkalken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkalken

Wat betekent verkalken?
Verkalken is een werkwoord. Het woord betekent: tot kalk worden, een kalkafzetting krijgen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verkalken?
Je vervoegt verkalken als volgt: de tegenwoordige tijd is verkalk, de verleden tijd is verkalkte en het voltooid deelwoord is verkalkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkalken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkalken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkalken in het kort

verkalken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verkalken zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verkalken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verkalken: tot kalk worden, een kalkafzetting krijgen
Deel verkalken — standaardnederlands.nl