verijzen
werkwoordBetekenis
- ergens heel erg van schrikken
- iets verafschuwen, iets verfoeien, ergens van gruwen
Vervoeging van verijzen
verijzenhele werkwoord — verijsdeverleden tijd enkelvoud — verijsdenverleden tijd meervoud — verijsdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verijs | verijsde |
| jij | verijst | verijsde |
| hij, zij, het | verijst | verijsde |
| wij | verijzen | verijsden |
| jullie | verijzen | verijsden |
| zij | verijzen | verijsden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verijsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verijs | gebiedende wijs |
| verijsd | verleden tijd, deelwoord |
| verijsd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verijsd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verijsde | verleden tijd |
| verijze | aanvoegende wijs |
| verijzend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verijsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verijsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verijsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verijsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verijsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ijzen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verijs | gebiedende wijs | verijzen |
| verijsd | voltooid deelwoord | verijzen |
| verijsde | verleden tijd | verijzen |
| verijsden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verijzen |
| verijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verijzen |
| verijze | aanvoegende wijs | verijzen |
| verijzend | onvoltooid deelwoord | verijzen |
| verijzende | woordvorm | verijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verijzen zijn vastgelegd.