verhypothekeren
werkwoordBetekenis
- met een hypotheek belasten
Vervoeging van verhypothekeren
verhypothekerenhele werkwoord — verhypothekeerdeverleden tijd enkelvoud — verhypothekeerdenverleden tijd meervoud — verhypothekeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhypothekeer | verhypothekeerde |
| jij | verhypothekeert | verhypothekeerde |
| hij, zij, het | verhypothekeert | verhypothekeerde |
| wij | verhypothekeren | verhypothekeerden |
| jullie | verhypothekeren | verhypothekeerden |
| zij | verhypothekeren | verhypothekeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhypothekeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhypothekeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhypothekeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhypothekeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhypothekeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhypothekeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhypothekeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhypothekeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhypothekeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhypothekeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhypothekeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhypothekeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhypothekeer | gebiedende wijs |
| verhypothekeerd | verleden tijd, deelwoord |
| verhypothekeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhypothekeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhypothekeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhypothekeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhypothekeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhypothekeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhypothekeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhypothekeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhypothekeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhypothekeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhypothekeerde | verleden tijd |
| verhypothekere | aanvoegende wijs |
| verhypothekerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhypothekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhypothekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhypothekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhypothekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhypothekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhypothekeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhypothekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhypothekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhypothekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhypothekeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van hypotheek met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van verhypothekeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhypothekeer | gebiedende wijs | verhypothekeren |
| verhypothekeerd | voltooid deelwoord | verhypothekeren |
| verhypothekeerde | verleden tijd | verhypothekeren |
| verhypothekeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhypothekeren |
| verhypothekeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhypothekeren |
| verhypothekere | aanvoegende wijs | verhypothekeren |
| verhypothekerend | onvoltooid deelwoord | verhypothekeren |
| verhypothekerende | woordvorm | verhypothekeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhypothekeren zijn vastgelegd.