verhoeden
werkwoordBetekenis
- door zorg voorkomen, beletten, verhinderen
Vervoeging van verhoeden
verhoedenhele werkwoord — verhoeddeverleden tijd enkelvoud — verhoeddenverleden tijd meervoud — verhoedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhoed | verhoedde |
| jij | verhoedt | verhoedde |
| hij, zij, het | verhoedt | verhoedde |
| wij | verhoeden | verhoedden |
| jullie | verhoeden | verhoedden |
| zij | verhoeden | verhoedden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhoed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhoed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhoed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhoed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhoed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhoed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhoed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhoed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhoed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhoeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoed | gebiedende wijs |
| verhoed | verleden tijd, deelwoord |
| verhoed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhoed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhoed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhoed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhoed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoedde | verleden tijd |
| verhoede | aanvoegende wijs |
| verhoedend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhoed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhoed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhoed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhoed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhoed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhoed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhoed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhoed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhoeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhoed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhoed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhoed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhoeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van hoeden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verhoeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhoed | voltooid deelwoord | verhoeden |
| verhoedde | verleden tijd | verhoeden |
| verhoedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhoeden |
| verhoede | aanvoegende wijs | verhoeden |
| verhoedend | onvoltooid deelwoord | verhoeden |
| verhoedende | woordvorm | verhoeden |
| verhoedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhoeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhoeden zijn vastgelegd.