Naar de inhoud

verhandelen

door handel bedrijven iets van eigenaar laten veranderen

verhandelen

werkwoord

Betekenis

  1. door handel bedrijven iets van eigenaar laten veranderen

Vervoeging van verhandelen

verhandelenhele werkwoord — verhandeldeverleden tijd enkelvoud — verhandeldenverleden tijd meervoud — verhandeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhandel verhandelde
jij verhandelt verhandelde
hij, zij, het verhandelt verhandelde
wij verhandelen verhandelden
jullie verhandelen verhandelden
zij verhandelen verhandelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verhandeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verhandeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verhandeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verhandeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verhandeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verhandeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verhandeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verhandeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verhandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verhandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verhandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verhandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verhandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verhandelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verhandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhandel gebiedende wijs
verhandeld verleden tijd, deelwoord
verhandeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhandeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verhandeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhandeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhandeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhandeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhandeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verhandeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhandeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhandeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhandelde verleden tijd
verhandele aanvoegende wijs
verhandelend onvoltooid, deelwoord
waart verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verhandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verhandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verhandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verhandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verhandeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verhandeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verhandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verhandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhandeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verhandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verhandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhandeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhandeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verhandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van handelen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verhandelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhandel gebiedende wijs verhandelen
verhandeld voltooid deelwoord verhandelen
verhandelde verleden tijd verhandelen
verhandelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verhandelen
verhandele aanvoegende wijs verhandelen
verhandelend onvoltooid deelwoord verhandelen
verhandelende woordvorm verhandelen
verhandelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verhandelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhandelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verhandelen

Wat is de betekenis van verhandelen?
Verhandelen is een werkwoord. De betekenis is: door handel bedrijven iets van eigenaar laten veranderen.
Hoe vervoeg ik verhandelen?
Zo vervoeg je verhandelen zo: de tegenwoordige tijd is verhandel, de verleden tijd is verhandelde en het voltooid deelwoord is verhandeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verhandelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verhandelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verhandelen in het kort

verhandelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verhandelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verhandelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verhandelen: door handel bedrijven iets van eigenaar laten veranderen
Deel verhandelen — standaardnederlands.nl