Naar de inhoud

verhakken

in stukken hakken

verhakken

werkwoord

Betekenis

  1. in stukken hakken
  2. (schoenen e.d.) van nieuwe hakken voorzien

werkwoord

  1. van nieuwe hakken voorzien transitive

Vervoeging van verhakken

verhakkenhele werkwoord — verhakteverleden tijd enkelvoud — verhaktenverleden tijd meervoud — verhaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhak verhakte
jij verhakt verhakte
hij, zij, het verhakt verhakte
wij verhakken verhakten
jullie verhakken verhakten
zij verhakken verhakten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verhakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verhakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verhakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verhakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verhakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verhakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verhakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verhakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verhakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verhakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verhakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhak gebiedende wijs
verhakke aanvoegende wijs
verhakkend onvoltooid, deelwoord
verhakt verleden tijd, deelwoord
verhakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhakte verleden tijd
zal verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verhakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verhakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verhakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verhakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verhakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van hakken met het voorvoegsel ver- (1)

Woordfamilie van verhakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhak gebiedende wijs verhakken
verhakke aanvoegende wijs verhakken
verhakkend onvoltooid deelwoord verhakken
verhakkende woordvorm verhakken
verhakt voltooid deelwoord verhakken
verhakte verleden tijd verhakken
verhakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verhakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verhakken

Wat betekent verhakken?
Verhakken is een werkwoord. Het woord betekent: in stukken hakken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verhakken?
Je vervoegt verhakken als volgt: de tegenwoordige tijd is verhak, de verleden tijd is verhakte en het voltooid deelwoord is verhakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verhakken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verhakken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verhakken in het kort

verhakken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verhakken zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verhakken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verhakken: in stukken hakken
Deel verhakken — standaardnederlands.nl