Naar de inhoud

vergrendelen

een vergrendeling aanbrengen

vergrendelen

werkwoord

Betekenis

  1. een vergrendeling aanbrengen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van vergrendelen

vergrendelenhele werkwoord — vergrendeldeverleden tijd enkelvoud — vergrendeldenverleden tijd meervoud — vergrendeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergrendel vergrendelde
jij vergrendelt vergrendelde
hij, zij, het vergrendelt vergrendelde
wij vergrendelen vergrendelden
jullie vergrendelen vergrendelden
zij vergrendelen vergrendelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergrendeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergrendeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergrendeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergrendeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergrendeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergrendeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergrendeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergrendeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergrendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergrendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergrendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergrendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergrendeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergrendeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergrendelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergrendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergrendel gebiedende wijs
vergrendeld verleden tijd, deelwoord
vergrendeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergrendeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergrendeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergrendeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergrendeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergrendeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergrendeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergrendeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergrendeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergrendeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergrendelde verleden tijd
vergrendele aanvoegende wijs
vergrendelend onvoltooid, deelwoord
waart vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergrendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergrendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergrendeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergrendeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergrendeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergrendeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergrendeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vergrendeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergrendeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergrendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vergrendeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergrendeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergrendeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergrendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van grendelen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vergrendelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergrendel gebiedende wijs vergrendelen
vergrendeld voltooid deelwoord vergrendelen
vergrendelde verleden tijd vergrendelen
vergrendelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vergrendelen
vergrendele aanvoegende wijs vergrendelen
vergrendelend onvoltooid deelwoord vergrendelen
vergrendelende woordvorm vergrendelen
vergrendelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vergrendelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergrendelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vergrendelen

Wat betekent vergrendelen?
Vergrendelen is een werkwoord. Het woord betekent: een vergrendeling aanbrengen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vergrendelen?
Je vervoegt vergrendelen als volgt: de tegenwoordige tijd is vergrendel, de verleden tijd is vergrendelde en het voltooid deelwoord is vergrendeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergrendelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergrendelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergrendelen in het kort

vergrendelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vergrendelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergrendelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergrendelen: een vergrendeling aanbrengen
Deel vergrendelen — standaardnederlands.nl