vergokken
werkwoordBetekenis
- bij het gokken verliezen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van vergokken
vergokkenhele werkwoord — vergokteverleden tijd enkelvoud — vergoktenverleden tijd meervoud — vergoktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergok | vergokte |
| jij | vergokt | vergokte |
| hij, zij, het | vergokt | vergokte |
| wij | vergokken | vergokten |
| jullie | vergokken | vergokten |
| zij | vergokken | vergokten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergokt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergokt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergokt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergokt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergokt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergokt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergokt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergokt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergokt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergokken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergok | gebiedende wijs |
| vergokke | aanvoegende wijs |
| vergokkend | onvoltooid, deelwoord |
| vergokt | verleden tijd, deelwoord |
| vergokt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergokt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergokt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergokt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergokt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergokt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergokt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergokt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergokt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergokt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergokte | verleden tijd |
| waart vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergokt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergokt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergokt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergokt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergokt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergokt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vergokt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergokt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vergokken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vergokken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vergokt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergokt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergokt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van gokken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergokken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergok | gebiedende wijs | vergokken |
| vergokke | aanvoegende wijs | vergokken |
| vergokkend | onvoltooid deelwoord | vergokken |
| vergokkende | woordvorm | vergokken |
| vergokt | voltooid deelwoord | vergokken |
| vergokte | verleden tijd | vergokken |
| vergokten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergokken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergokken zijn vastgelegd.