vergisten
werkwoordBetekenis
- een suiker of koolhydraat omzetten door blootstelling aan de werking van een gist
- het proces van omzetting van koolhydraten
Vervoeging van vergisten
vergistenhele werkwoord — vergistteverleden tijd enkelvoud — vergisttenverleden tijd meervoud — vergistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergist | vergistte |
| jij | vergist | vergistte |
| hij, zij, het | vergist | vergistte |
| wij | vergisten | vergistten |
| jullie | vergisten | vergistten |
| zij | vergisten | vergistten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist | gebiedende wijs |
| vergist | verleden tijd, deelwoord |
| vergist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergiste | aanvoegende wijs |
| vergistend | onvoltooid, deelwoord |
| vergistte | verleden tijd |
| waart vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van vergissen
Vervoeging van vergisten
vergistenhele werkwoord — vergistteverleden tijd enkelvoud — vergisttenverleden tijd meervoud — vergistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergist | vergistte |
| jij | vergist | vergistte |
| hij, zij, het | vergist | vergistte |
| wij | vergisten | vergistten |
| jullie | vergisten | vergistten |
| zij | vergisten | vergistten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist | gebiedende wijs |
| vergist | verleden tijd, deelwoord |
| vergist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergiste | aanvoegende wijs |
| vergistend | onvoltooid, deelwoord |
| vergistte | verleden tijd |
| waart vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van gisten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergisten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergistend | onvoltooid deelwoord | vergisten |
| vergistende | woordvorm | vergisten |
| vergistte | verleden tijd | vergisten |
| vergistten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergisten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergisten zijn vastgelegd.