vergen
werkwoord /'vɛrɣə(n)/Betekenis
- als noodzakelijke voorwaarde hebben
Hoe spreek je vergen uit?
/ˈvɛrxən/
Vergen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vergen
vergenhele werkwoord — vergdeverleden tijd enkelvoud — vergdenverleden tijd meervoud — gevergdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verg | vergde |
| jij | vergt | vergde |
| hij, zij, het | vergt | vergde |
| wij | vergen | vergden |
| jullie | vergen | vergden |
| zij | vergen | vergden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevergd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevergd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevergd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevergd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevergd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevergd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevergd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevergd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevergd | verleden tijd, deelwoord |
| gevergd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevergd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevergd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevergd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevergd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevergd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevergd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevergd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevergd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevergd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevergd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevergd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevergd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevergd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevergd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevergd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verg | gebiedende wijs |
| vergde | verleden tijd |
| verge | aanvoegende wijs |
| vergend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevergd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevergd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevergd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevergd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevergd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevergd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevergd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevergd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevergd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevergd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevergd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevergd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevergd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘eisen’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van vergen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevergd | voltooid deelwoord | vergen |
| gevergde | woordvorm | vergen |
| verg | gebiedende wijs | vergen |
| vergde | verleden tijd | vergen |
| vergden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergen |
| verge | aanvoegende wijs | vergen |
| vergend | onvoltooid deelwoord | vergen |
| vergende | woordvorm | vergen |
| vergt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergen zijn vastgelegd.