Naar de inhoud

verfrissen

(weer) fris maken

verfrissen

werkwoord

Betekenis

  1. (weer) fris maken

werkwoord

  1. fris maken transitive

Vervoeging van verfrissen

verfrissenhele werkwoord — verfristeverleden tijd enkelvoud — verfristenverleden tijd meervoud — verfristvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verfris verfriste
jij verfrist verfriste
hij, zij, het verfrist verfriste
wij verfrissen verfristen
jullie verfrissen verfristen
zij verfrissen verfristen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verfrist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verfrist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verfrist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verfrist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verfrist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verfrist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verfrist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verfrist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verfrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verfrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verfrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verfrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verfrist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verfrist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verfrissen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verfrissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfris gebiedende wijs
verfrisse aanvoegende wijs
verfrissend onvoltooid, deelwoord
verfrist verleden tijd, deelwoord
verfrist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfrist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfrist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfrist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfrist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfrist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfrist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfriste verleden tijd
waart verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verfrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verfrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verfrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verfrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verfrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verfrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verfrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfrist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verfrissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verfrissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verfrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfrist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van fris met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verfrissen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verfris gebiedende wijs verfrissen
verfrisse aanvoegende wijs verfrissen
verfrist voltooid deelwoord verfrissen
verfriste verleden tijd verfrissen
verfristen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verfrissen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verfrissen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verfrissen

Wat betekent verfrissen?
Verfrissen is een werkwoord. Het woord betekent: (weer) fris maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verfrissen?
Je vervoegt verfrissen als volgt: de tegenwoordige tijd is verfris, de verleden tijd is verfriste en het voltooid deelwoord is verfrist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verfrissen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. R 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verfrissen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. R 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verfrissen in het kort

verfrissen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verfrissen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verfrissen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verfrissen: (weer) fris maken
Deel verfrissen — standaardnederlands.nl