verengelsen
werkwoordBetekenis
- het systematische overschakeling op het Engels door niet-Engelstaligen
Vervoeging van verengelsen
verengelsenhele werkwoord — verengelsteverleden tijd enkelvoud — verengelstenverleden tijd meervoud — verengelstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verengels | verengelste |
| jij | verengelst | verengelste |
| hij, zij, het | verengelst | verengelste |
| wij | verengelsen | verengelsten |
| jullie | verengelsen | verengelsten |
| zij | verengelsen | verengelsten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verengelsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verengelst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verengelsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verengels | gebiedende wijs |
| verengelse | aanvoegende wijs |
| verengelsend | onvoltooid, deelwoord |
| verengelst | verleden tijd, deelwoord |
| verengelst te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verengelst zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verengelste | verleden tijd |
| waart verengelst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verengelst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verengelst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verengelst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verengelst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verengelst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verengelst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verengelst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verengelst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verengelst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verengelsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verengelsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verengelst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van engels met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verengelsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verengels | gebiedende wijs | verengelsen |
| verengelse | aanvoegende wijs | verengelsen |
| verengelsend | onvoltooid deelwoord | verengelsen |
| verengelsende | woordvorm | verengelsen |
| verengelst | voltooid deelwoord | verengelsen |
| verengelste | verleden tijd | verengelsen |
| verengelsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verengelsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verengelsen zijn vastgelegd.