Naar de inhoud

verduren

ongemak of lijden verdragen of ondergaan

verduren

werkwoord

Betekenis

  1. ongemak of lijden verdragen of ondergaan

Vervoeging van verduren

verdurenhele werkwoord — verduurdeverleden tijd enkelvoud — verduurdenverleden tijd meervoud — verduurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verduur verduurde
jij verduurt verduurde
hij, zij, het verduurt verduurde
wij verduren verduurden
jullie verduren verduurden
zij verduren verduurden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verduurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verduurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verduurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verduurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verduurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verduurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verduurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verduurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verduurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verduurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verduren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verduren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdure aanvoegende wijs
verdurend onvoltooid, deelwoord
verduur gebiedende wijs
verduurd verleden tijd, deelwoord
verduurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verduurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verduurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verduurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verduurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verduurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verduurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verduurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verduurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verduurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verduurde verleden tijd
waart verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verduurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verduurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verduurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verduren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verduurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verduurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van duren met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verduren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdure aanvoegende wijs verduren
verdurend onvoltooid deelwoord verduren
verdurende woordvorm verduren
verduur gebiedende wijs verduren
verduurd voltooid deelwoord verduren
verduurde verleden tijd verduren
verduurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verduren
verduurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verduren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verduren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verduren

Wat betekent verduren?
Verduren is een werkwoord. Het woord betekent: ongemak of lijden verdragen of ondergaan.
Hoe vervoeg je verduren?
Je vervoegt verduren als volgt: de tegenwoordige tijd is verduur, de verleden tijd is verduurde en het voltooid deelwoord is verduurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verduren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verduren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verduren in het kort

verduren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verduren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verduren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verduren: ongemak of lijden verdragen of ondergaan
Deel verduren — standaardnederlands.nl