verdrieten
werkwoordBetekenis
- verdriet doen, somber stemmen.
- verdriet doen, somber stemmen
Vervoeging van verdrieten
verdrietenhele werkwoord — verdrootverleden tijd enkelvoud — verdrotenverleden tijd meervoud — heeft verdrotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdriet | verdroot |
| jij | verdriet | verdroot |
| hij, zij, het | verdriet | verdroot |
| wij | verdrieten | verdroten |
| jullie | verdrieten | verdroten |
| zij | verdrieten | verdroten |
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdroten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdroten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdroten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdroten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdroten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdroten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdroten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdroten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdroten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdroten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdroten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdroten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdroten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdroten | verleden tijd, deelwoord |
| heeft verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdroten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdrieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdrieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdriet | gebiedende wijs |
| verdriet | tegenwoordige tijd |
| verdriete | aanvoegende wijs |
| verdrietend | onvoltooid, deelwoord |
| verdroot | verleden tijd |
| verdroten | verleden tijd, deelwoord |
| verdroten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdroten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdroten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdroten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdroten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdroten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdroten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdroten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdroten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdroten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdroten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdroten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdroten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdroten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdroten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdroten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdroten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdrieten | toekomende tijd |
| zal verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdroten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verdroten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdroten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verdrieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verdrieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verdroten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdroten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdroten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘leed doen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van verdrieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdriete | aanvoegende wijs | verdrieten |
| verdrietend | onvoltooid deelwoord | verdrieten |
| verdrietende | woordvorm | verdrieten |
| verdroot | verleden tijd | verdrieten |
| verdroten | voltooid deelwoord | verdrieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdrieten zijn vastgelegd.