verdriedubbelen
werkwoordBetekenis
- driemaal zo veel worden of maken
Vervoeging van verdriedubbelen
verdriedubbelenhele werkwoord — verdriedubbeldeverleden tijd enkelvoud — verdriedubbeldenverleden tijd meervoud — verdriedubbeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdriedubbel | verdriedubbelde |
| jij | verdriedubbelt | verdriedubbelde |
| hij, zij, het | verdriedubbelt | verdriedubbelde |
| wij | verdriedubbelen | verdriedubbelden |
| jullie | verdriedubbelen | verdriedubbelden |
| zij | verdriedubbelen | verdriedubbelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdriedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdriedubbeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdriedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdriedubbeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdriedubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdriedubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdriedubbel | gebiedende wijs |
| verdriedubbeld | verleden tijd, deelwoord |
| verdriedubbeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdriedubbeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdriedubbelde | verleden tijd |
| verdriedubbele | aanvoegende wijs |
| verdriedubbelend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdriedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdriedubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdriedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdriedubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van driedubbel met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdriedubbelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdriedubbel | gebiedende wijs | verdriedubbelen |
| verdriedubbeld | voltooid deelwoord | verdriedubbelen |
| verdriedubbelde | verleden tijd | verdriedubbelen |
| verdriedubbelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdriedubbelen |
| verdriedubbele | aanvoegende wijs | verdriedubbelen |
| verdriedubbelend | onvoltooid deelwoord | verdriedubbelen |
| verdriedubbelende | woordvorm | verdriedubbelen |
| verdriedubbelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdriedubbelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdriedubbelen zijn vastgelegd.