Naar de inhoud

verdikken

dikker worden

verdikken

werkwoord

Betekenis

  1. dikker worden
  2. dikker doen worden
  3. zich ~ een verdikkingsproces ondergaan

Vervoeging van verdikken

verdikkenhele werkwoord — verdikteverleden tijd enkelvoud — verdiktenverleden tijd meervoud — verdiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdik verdikte
jij verdikt verdikte
hij, zij, het verdikt verdikte
wij verdikken verdikten
jullie verdikken verdikten
zij verdikken verdikten
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verdikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verdikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verdikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verdikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verdikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verdikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verdikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verdikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verdikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verdikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verdikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verdikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdik gebiedende wijs
verdik me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdik u/je , verdikt je gebiedende wijs
verdikke aanvoegende wijs
verdikke zich aanvoegende wijs
verdikken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdikken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdikken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdikkend onvoltooid, deelwoord
verdikt verleden tijd, deelwoord
verdikt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdikt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdikt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdikt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdikt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdikt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdikte verleden tijd
verdikte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdikte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdikte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verdikte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdikte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdikte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verdikte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdikten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdikten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verdikten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
waart verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verdikken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verdikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verdikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verdikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verdikken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verdikken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verdikkend onvoltooid, deelwoord
zich verdikt hebben verleden tijd
zijn verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verdikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verdikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verdikken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verdikken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verdikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verdikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

afgeleid van dikken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verdikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdik gebiedende wijs verdikken
verdikkend onvoltooid deelwoord verdikken
verdikkende woordvorm verdikken
verdikt voltooid deelwoord verdikken
verdikte verleden tijd verdikken
verdikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verdikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdikken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verdikken

Wat betekent verdikken?
Verdikken is een werkwoord. Het woord betekent: dikker worden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verdikken?
Je vervoegt verdikken als volgt: de tegenwoordige tijd is verdik, de verleden tijd is verdikte en het voltooid deelwoord is verdikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdikken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdikken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verdikken in het kort

verdikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verdikken zijn 102 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verdikken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verdikken: dikker worden
Deel verdikken — standaardnederlands.nl