Naar de inhoud

verdietsen

in het Nederlands vertalen

verdietsen

werkwoord

Betekenis

  1. in het Nederlands vertalen
  2. verduidelijken

Vervoeging van verdietsen

verdietsenhele werkwoord — verdietsteverleden tijd enkelvoud — verdietstenverleden tijd meervoud — verdietstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdiets verdietste
jij verdietst verdietste
hij, zij, het verdietst verdietste
wij verdietsen verdietsten
jullie verdietsen verdietsten
zij verdietsen verdietsten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdietst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verdietst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verdietst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verdietst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verdietst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verdietst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verdietst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verdietst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verdietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verdietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verdietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verdietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verdietst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdietsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdiets gebiedende wijs
verdietse aanvoegende wijs
verdietsend onvoltooid, deelwoord
verdietst verleden tijd, deelwoord
verdietst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdietst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdietst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdietst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdietst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdietst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdietst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdietst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdietst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdietst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdietste verleden tijd
waart verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdietst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdietst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdietst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdietst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdietst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdietst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verdietst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdietst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verdietsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verdietsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verdietst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdietst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdietst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van Diets met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verdietsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdiets gebiedende wijs verdietsen
verdietse aanvoegende wijs verdietsen
verdietsend onvoltooid deelwoord verdietsen
verdietsende woordvorm verdietsen
verdietst voltooid deelwoord verdietsen
verdietste verleden tijd verdietsen
verdietsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verdietsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdietsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verdietsen

Wat is de betekenis van verdietsen?
Verdietsen is een werkwoord. De betekenis is: in het Nederlands vertalen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verdietsen?
Zo vervoeg je verdietsen zo: de tegenwoordige tijd is verdiets, de verleden tijd is verdietste en het voltooid deelwoord is verdietst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdietsen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdietsen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verdietsen in het kort

verdietsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verdietsen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verdietsen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verdietsen: in het Nederlands vertalen
Deel verdietsen — standaardnederlands.nl