Naar de inhoud

verdierlijken

verworden tot iemand met dierlijke instincten

verdierlijken

werkwoord /vərˈdirləkə/

Betekenis

  1. verworden tot iemand met dierlijke instincten
  2. dierlijke instincten de overhand doen krijgen

Hoe spreek je verdierlijken uit?

/vərˈdirləkə/

Verdierlijken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈdirləkə/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
d dak
i riet
l land
k kat
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verdierlijken

verdierlijkenhele werkwoord — verdierlijkteverleden tijd enkelvoud — verdierlijktenverleden tijd meervoud — verdierlijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdierlijk verdierlijkte
jij verdierlijkt verdierlijkte
hij, zij, het verdierlijkt verdierlijkte
wij verdierlijken verdierlijkten
jullie verdierlijken verdierlijkten
zij verdierlijken verdierlijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdierlijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verdierlijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verdierlijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verdierlijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verdierlijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verdierlijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verdierlijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verdierlijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verdierlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verdierlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verdierlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verdierlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdierlijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verdierlijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdierlijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdierlijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdierlijk gebiedende wijs
verdierlijke aanvoegende wijs
verdierlijkend onvoltooid, deelwoord
verdierlijkt verleden tijd, deelwoord
verdierlijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdierlijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdierlijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdierlijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdierlijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdierlijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdierlijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdierlijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdierlijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdierlijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdierlijkte verleden tijd
waart verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdierlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdierlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdierlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdierlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdierlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdierlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdierlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verdierlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdierlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verdierlijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verdierlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verdierlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdierlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdierlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van dierlijk met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verdierlijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdierlijk gebiedende wijs verdierlijken
verdierlijke aanvoegende wijs verdierlijken
verdierlijkend onvoltooid deelwoord verdierlijken
verdierlijkende woordvorm verdierlijken
verdierlijkt voltooid deelwoord verdierlijken
verdierlijkte verleden tijd verdierlijken
verdierlijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verdierlijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdierlijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verdierlijken

Hoe spreek ik verdierlijken uit?
Zo spreek je verdierlijken uit: /vərˈdirləkə/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verdierlijken?
Verdierlijken is een werkwoord. De betekenis is: verworden tot iemand met dierlijke instincten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verdierlijken?
Zo vervoeg je verdierlijken zo: de tegenwoordige tijd is verdierlijk, de verleden tijd is verdierlijkte en het voltooid deelwoord is verdierlijkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdierlijken is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. L 3
  9. I 1
  10. J 4
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdierlijken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. L 3
  9. I 2
  10. J 4
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verdierlijken in het kort

verdierlijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verdierlijken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verdierlijken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verdierlijken: verworden tot iemand met dierlijke instincten
Deel verdierlijken — standaardnederlands.nl