verbluffen
werkwoordBetekenis
- verstomd doen staan van verbazing
Vervoeging van verbluffen
verbluffenhele werkwoord — verblufteverleden tijd enkelvoud — verbluftenverleden tijd meervoud — verbluftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbluf | verblufte |
| jij | verbluft | verblufte |
| hij, zij, het | verbluft | verblufte |
| wij | verbluffen | verbluften |
| jullie | verbluffen | verbluften |
| zij | verbluffen | verbluften |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbluft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbluft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbluft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbluft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbluft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbluft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbluft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbluft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbluft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbluft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbluffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbluffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbluf | gebiedende wijs |
| verbluffe | aanvoegende wijs |
| verbluffend | onvoltooid, deelwoord |
| verbluft | verleden tijd, deelwoord |
| verbluft te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbluft zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verblufte | verleden tijd |
| zal verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verbluft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verbluffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verbluffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verbluft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van bluffen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbluffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbluf | gebiedende wijs | verbluffen |
| verbluffe | aanvoegende wijs | verbluffen |
| verbluften | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbluffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbluffen zijn vastgelegd.